Welkom

Op de website van Factor70.nl Hét platform voor de 70+ vrouw van nu.

Regio

Wil je de landelijke of regionale rubrieken bekijken? Kies rechtsbovenin de gewenste regio.

Zoeken

Kun je iets niet vinden? Zoek dan met de knop onderin.

Veel leesplezier

Wil je graag op de hoogte worden gehouden? Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief.

door Machteld van Soest

Stefan Hertmans: De bekeerlinge

In een klein, verstild dorpje in Zuid Frankrijk staat het vakantiehuis van de Vlaamse schrijver Stefan Hertmans. Deze schrijver neemt ons mee op een zoektocht naar het leven van mensen uit de 11e eeuw, die in het dorp hebben gewoond. In een werkelijk bestaand eeuwenoud document, dat in Egypte is gevonden, wordt melding gemaakt van een bekeerlinge, die afkomstig zou zijn uit het dorpje waar Hertmans zijn vakanties doorbrengt. Dit document is het uitgangspunt van de roman: Hertmans schildert voor ons het leven van de bekeerlinge, zoals dat geweest zou kunnen zijn.

We gaan terug naar het jaar 1090. Een jong meisje Vigdis, dochter van een Viking en een Vlaamse adellijke dame wordt in Rouen beschermd opgevoed door haar streng christelijke ouders. Zij ontmoet op straat een knappe, joodse student en dit verliefde paar besluit samen te vluchten uit het keurslijf van hun levens. Vigdis, de blonde, blauwogige Vikingdochter bekeert zich tot het joodse geloof. Een gevaarlijke onderneming, omdat er geen weg terug is. Dat zou voor haar de brandstapel betekenen.

Hertmans volgt in het heden van het boek de tocht die Vigdis en haar geliefde, David, maken van Rouen naar het Zuid-Franse dorpje. In de duistere middeleeuwen is dit een tocht vol ontberingen en gevaar. De ouders van Vigdis, die de naam Hamoutal krijgt van David, sturen ridders achter het paar aan om hun dochter terug te halen.

Drie kinderen krijgen Hamoutal en David in de jaren die volgen. Dan roept paus Urbanus II op tot de eerste kruistocht. Jeruzalem moet worden bevrijd van de Saracenen. Eeuwige aflaat wordt beloofd en een plaats in het paradijs. De kruisvaarders blijken door het dorp van David en Hamoutal te komen, en richten daar een gruwelijke slachting aan. Onder het uitroepen van ‘Deus lo Volt’: God wil dit, worden moorden gepleegd, en wordt het dorp vernield en worden de voorraden voor de winter in beslag genomen. David vindt de dood en twee oudste kinderen van Hamoutal worden door de kruisvaarders meegenomen.

Hamoutal, ten einde raad, gaat op zoek naar haar kinderen. Ze komt in Egypte terecht. De aanbevelingsbrief die ze meekrijgt van de rabbijn uit het dorpje, is na duizend jaar teruggevonden. Hertmans beschrijft hoe hij deze brief bestudeert in Cambridge waar hij wordt bewaard. Een ontroerend moment, dit directe contact met de donkere middeleeuwen.

De twee verhaallijnen in het boek: de tocht van Hamoutal in de 11e eeuw, en die van Stefan Hertmans in het heden, lopen door elkaar. Hertmans blijft echter de verteller. We horen van hem wat Hamoutal beleeft. Er komen geen dialogen voor in het boek. Dat maakt identificatie met Hamoutal voor sommige lezers lastig.

Al lezend zal elke lezer tot het besef komen, dat we in duizend jaar nog niet zoveel geleerd hebben. Parallellen met onze tijd dringen zich op: IS-strijders die zich in naam van God misdaden menen te kunnen permitteren, kinderen die in deze gebieden vol geweld moeten opgroeien, onverdraagzaamheid, agressie en discriminatie en ga zo maar door.

Hertmans verbindt heden en verleden door de natuur te beschrijven. Salie, lavendel en rozemarijn geuren in het heden èn in de 11e eeuw. Uilen en slangen zijn van alle tijden. Universeel is ook dat in naam van God en van de kerk veel misdaden worden gepleegd. Maar Hamoutal laat zich leiden door de liefde, voor haar man en voor haar kinderen. Haar geluk is echter helaas van korte duur.

Nadat we in onze leeskring De bekeerlinge hadden besproken, lazen we samen het gedicht ‘Tijd’ van Rutger Kopland. Dit is geen gemakkelijk gedicht, maar het sluit naadloos aan bij het boek. Lees daarvoor eerst uit het boek de laatste regel van p. 23: ‘Het is of ik diep onder de aarde de tijd kan horen brommen’. Ook op p. 253, 8 regels van onderen: De tijd vervaagt in de uren van de lome siësta, in een onwezenlijk warme plooi van de tijd, daar waar herinneringen leven…..Ook het motto van het boek past prachtig bij dit gedicht. Het raadsel van de tijd, daarover gaat dit gedicht. ‘Tijd – het is vreemd, het is vreemd mooi ook nooit te zullen weten wat het is’, zegt Kopland. Na het lezen van het boek èn het gedicht beseften we dat sommige emoties universeel en tijdloos zijn, en we het mysterie van de tijd nooit zullen kunnen doorgronden.

Volgende keer: Graham Swift: Moeders zondag

Machteld van Soest

machteldvansoest@gmail.com

Gelderland